STAGEGIDS HBO-ICT

voor bedrijven en hun bedrijfsbegeleidersstage en afstuderen

3.1 De stage

Binnen ons vraaggestuurd onderwijs hebben studenten al eerder en vaker kennisgemaakt met (externe) opdrachtgevers. Dit is voor hen echter de eerste keer dat zij een project extern (als een life performance) uitvoeren bij een bedrijf en dus in een authentiek werkveld gerelateerde context acteren. De stage vindt in het bedrijf plaats tijdens het vijfde semester van de opleiding dat in de eerste helft van het derde jaar valt en duurt 90 werkdagen (18 weken van vijf werkdagen).

De stage-opdracht

De stage-opdracht moet aansluiten bij het profiel, de eventuele specialisatie en het niveau (zie hoofdstuk 2) van de student en moet voldoende onderzoekscomponenten bevatten waarmee de student zijn of haar vaardigheden wat betreft methodisch handelen kan aantonen (zie hoofdstuk 4). Opdrachten, die direct gekoppeld zijn aan een commerciële klant met vastomlijnde eisen en/of deadlines zijn niet toegestaan.

Een stagiair moet het stageproject zelfstandig kunnen uitvoeren, vanzelfsprekend met de nodige begeleiding van de bedrijfsbegeleider. Daarom kan er dus ook geen sprake zijn van een zgn. ‘meeloop’-stage waarbij de student geen zelfstandige opdracht uitvoert. Wanneer een opdracht te groot is voor één student kan ze worden uitgevoerd door een duo van studenten. Daarvoor gelden dan wel een aantal bijzondere voorwaarden (zie ook hoofdstuk 8).

Het stageproject moet veruit het hoofdbestanddeel vormen van de werkzaamheden van de stagiair. Andere werkzaamheden (zoals routinematige werkzaamheden) buiten het directe stageproject moeten van beperkte omvang zijn (maximaal 0,1 FTE).

Afronding van de stage

Bij de afsluiting van de stageperiode is het gebruikelijk, dat de student zijn of haar project presenteert op het bedrijf. Die presentatie is niet alleen een mooie manier om de stage af te ronden maar tevens een goede voorbereiding op de formele afsluiting en beoordeling. Deze vindt plaats op school waarbij de twee assessoren (docenten van FHICT, waarvan de eerste assessor tevens de docentbegeleider is) een integraal eindoordeel vaststelt. Bij de beoordeling wordt als input niet alleen het portfolio of het verslag meegenomen, maar ook de (kwaliteit van de) werkzaamheden, de presentatie en verdediging op school. Het beoordelinsformulier bevat zowel criteria rondom ICT competenties zoals analyse, ontwerp en realisatie alsook criteria rondom schriftelijke en mondelijnge communicatie, onderzoek en leervermogen.